meneer, ook in een witte jas met rode
letters. Hij kijkt
eens naar Jeroentje.
„Hij is ook wel erg klein," zegt hij tegen
de eerste
dokter.
„Hij is anders al twee," zegt Erik.
Maar de dokter kijkt in zijn papieren.
„Twee en een half zelfs," zegt Bob en gaat
een
stukje dichter bij Jeroentje staan.